Hoe werkt het?
Van kaarten naar challenge, in acht stappen
Jij begint bij wat je interesseert. ZIN zorgt dat het curriculum, de rubric en het gesprek erop aansluiten.
1. Je trekt kaarten
Je kiest 3 tot 8 kaarten uit je stapel: examenwoorden over je onderwerp, vakvaardigheden voor wat je gaat doen, en één executieve vaardigheid voor hoe je gaat werken.
2. Van kaarten naar één zin
ZIN stelt vijf grammaticaal correcte challengezinnen voor op basis van jouw kaarten. Je kiest er één of schrijft je eigen zin.
3. Welke eindtermen raakt dit?
De zin wordt gekoppeld aan domeinen en eindtermen. Elke koppeling is terug te leiden naar het brondocument en de bronzin — nooit verzonnen.
4. Doelen en rubric staan klaar
Je krijgt leerdoelen, een rubric met jouw gekozen kaarten als criteria, oefenvragen, videozoekopdrachten en tips.
5. Uitvoeren met houvast
Je werkt aan je challenge en levert je eindproduct in. De status loopt van concept naar gestart en ingeleverd.
6. Leerling én docent scoren
Jullie vullen de rubric ieder in met eigen bolletjes. De analyse laat zien waar je het eens was, waar jullie verschilden en wat dat betekent.
7. Beheersing besproken
Na het gesprek gaat je beheersing omhoog: gezien → geoefend → toegepast → aangetoond → beheerst. Kaarten die je leuk vond mag je terug in de stapel doen — de volgende ronde wordt dan moeilijker.
8. Mijn groei in beeld
Al je behaalde doelen, eindtermen en domeinen vormen samen een mindmap. In het midden staat jouw naam; daaromheen groeit zichtbaar wat je al kunt aantonen.
