Kies kaarten: examenwoorden voor je onderwerp, vakvaardigheden voor wat je ermee doet, en een executieve vaardigheid voor hoe je het aanpakt. Advies: 3 tot 5 zelfstandige naamwoorden als uitgangspunt. Je hoeft geen vak te kiezen — de koppeling met examendoelen gebeurt daarna, op basis van de officiële eindtermteksten. Zoek een vaardigheid op in het woordenboek.
Kies je niveau, profiel en vakken. De kaarten hieronder volgen je pakket; je kunt per vak nog aan- of uitzetten wat je ziet.
Niveau
Filters (combineerbaar)
106 kaarten zichtbaar · 0 gekozen
Vink per vak aan of het meedoet. Niveau, vak en SE/CE filteren alleen kaarten met een curriculumkoppeling — termen en vakvaardigheden. Starters, actiekaarten en executieve vaardigheden horen bij geen enkel vak en blijven er altijd bij, tenzij je ze hierboven uitzet.
Zinbouwer
Kies eerst kaarten. Ze verschijnen hier als bouwstenen: woorden, vaardigheden en een actie.
Vijf zinnen bij jouw kaarten
Zodra je kaarten kiest, maken we vijf grammaticaal juiste challenge-zinnen. Kies er één en je rubric, doelen en oefenvragen volgen automatisch.
kies 2 of meer kaarten
De kaarten zijn inspiratie, geen grammaticale gevangenis: gebruik ze in elke volgorde. Een vaardigheidskaart hoeft niet letterlijk in je zin te staan — je mag hem ook gewoon gaan doen.
Nodig: minimaal 3 kaarten en een zin van een paar woorden.